Onderzocht is of (hoog)begaafde kinderen in een externe plusklas/plusschool setting meer het gevoel hebben dat voldaan wordt aan hun behoeften dan (hoog)begaafde kinderen in een reguliere setting en hoe dit gelinkt is aan hun motivatie. Hierbij is ook gekeken naar verschillen tussen de manier waarop het onderwijs geboden wordt in de verschillende settings.

Belangrijk blijkt:

  • Een theoretisch model waarmee gewerkt wordt in dit onderzoek is dat van Deci & Ryan (2000) over de zelfbeschikkingstheorie: autonomie, competentie en verbinding. Wanneer hieraan voldaan wordt, ervaren leerlingen meer motivatie;
  • autonomie kan door leraren geboden worden door bijvoorbeeld: keuzes geven, de relevantie van een taak/les/gedrag uitleggen, kritiek toestaan, informatieve in plaats van controlerende taal gebruiken;
  • bij competentie is het van belang dat een leraar structuur biedt in de vorm van duidelijkheid, begeleiding, aanmoediging en informatieve feedback. En het bieden van uitdagend werk dat goed past bij een leerling;
  • verbinding en betrokkenheid in de relatie met de leraar. Denk aan een positieve relatie, afstemming zoeken, genegenheid tonen, de juiste middelen inzetten, betrouwbaar zijn en beschikbaar zijn voor ondersteuning. Ook positieve relaties met leeftijdsgenoten zijn van belang voor een gevoel van verbinding en motivatie;
  • specifieke interventies:
    • autonomie: het aanbieden van onafhankelijke activiteiten en de kans om te werken op hun gebied van talent en passies helpt;
    • competentie: (hoog)begaafde leerlingen hebben taken nodig met een hoger niveau van abstractie, complexiteit, open karakter, transformatie en meerduidigheid;
    • verbinding: leraren tonen ook interesse in het leven van de kinderen buiten school.

Uit de studie komt naar voren:

(Hoog)begaafde kinderen zijn doorgaans tevreden en gemotiveerd in beide settings. Ze zijn nóg meer gemotiveerd wanneer ze naar een externe plusklas/plusschool gaan. Dit heeft met name te maken met de leraren die voor deze plusklassen staan. Deze leraren zijn beter in het faciliteren van autonomie, competentie en verbinding:

  • autonomie (meer keuzes en meer vrijheid voor invulling) is sterk gelinkt aan een hogere intrinsieke motivatie. Leerlingen vinden deze activiteiten meer gepersonaliseerd en leuker;
  • competentie: leerlingen hebben een sterker gevoel van competentie in plusklassen/plusscholen dan in het regulier onderwijs. Uitdagende leerstof is hierbij belangrijk;
  • verbinding: plusklas/plusschool kinderen voelen zich sterker verbonden met hun leraar dan met hun leraar in het regulier onderwijs, ondanks dat ze vaak veel meer tijd doorbrengen met deze laatste leraar. Leerlingen ervaren meer een gevoel van affectie en afstemming bij hun plusklasleraar. Een goede relatie met de leraar zorgt voor een grotere motivatie. Leerlingen voelen ook meer verbinding met plusklas/plusschool klasgenoten. Contact met gelijkgestemden is dus heel belangrijk. Verbinding met klasgenoten kon nog niet één-op-één gerelateerd worden aan een betere motivatie, daar moet nog verder onderzoek naar gedaan worden.

Interessant is dat:

Wanneer leerlingen zich competent voelen in een plusklas, dan zorgt dat voor minder gebrek aan motivatie. Wanneer leerlingen zich competent voelen in een reguliere klas, dan zorgt dat juist voor een groter gebrek aan motivatie. De theorie is dat dit komt doordat leerlingen zich overmoedig voelen in hun reguliere klas. Overmoedigheid wordt geassocieerd met negatieve effecten op leren. Oftewel: een passend onderwijsaanbod met passende uitdagingen is heel belangrijk!

Aanbevelingen:

  • ‘need-supportive teaching’ (onderwijs dat voldoet aan onderwijsbehoeften) zorgt voor meer motivatie;
  • een goede overdracht tussen de externe plusklas en de reguliere klas is van belang om de positieve effecten van de plusklas ook door te laten werken in de reguliere klas;
  • wanneer leraren in het regulier onderwijs het moeilijk vinden om te voldoen aan de behoeften van hun (hoog)begaafde leerlingen kan het helpend zijn om ze meer kennis te laten opdoen op dit gebied. Contact tussen plusklasleraren en leraren in het regulier onderwijs kan hierin interessant zijn;
  • als leraar werken kindgesprekken goed om zicht te krijgen op wat leerlingen nodig hebben om aan hun behoeften te voldoen.

Lees het onderzoek In High-ability students’ need satisfaction and motivation in pull-out and regular classes: a quantitative and qualitative comparison between settings (Engelstalig).

Kun je ondersteuning gebruiken bij de begeleiding van meerkunners en hoogbegaafde kinderen? Wil je werk maken van plusklasonderwijs? Of heb je andere vragen? Het team BLINK UIT! van Onderwijsversterkers staat voor je klaar. Kijk hier voor meer info of neem contact op via blink-uit@onderwijsversterkers.nl.