Daar is het telefoontje met de uitslag van het dyslexieonderzoek

En wat blijkt? Dat het lezen en spellen moeizamer gaat dan bij klasgenoten komt niet doordat het kind niet hard genoeg zijn best doet, maar door dyslexie! Ouders zien de diagnose dyslexie vaak als een bevestiging van hun gevoel. Aan de ene kant een opluchting omdat er meer duidelijkheid is over waarom de prestaties bij het lezen en/of spellen achterblijven. Aan de andere kant ook een teleurstelling, want dyslexie is iets wat je levenslang bij je draagt. Gelukkig staan ouders en school er niet alleen voor en komt het kind in veel gevallen in aanmerking voor een dyslexiebehandeling. Een traject waarin er samen met een behandelaar wordt gewerkt aan lezen en spellen. En er ook met behulp van psycho-educatie aandacht wordt besteed aan het sociaal-emotionele aspect rondom dyslexie.

Wat helpt mij?

Op het moment dat kinderen starten met de dyslexiebehandeling, beginnen ze vaak vol energie en goede moed aan het traject. Ze zijn nieuwsgierig over wat ze gaan leren en hoe hen dat gaat helpen. Ze krijgen veel nieuwe indrukken: een nieuwe juf of meester, werken in een nieuwe kamer en nieuwe werkbladen en programma’s. Tijdens de behandeling krijgen kinderen begeleiding en leren zij trucjes die het lezen en spellen makkelijker kunnen maken. Ieder kind met dyslexie is anders en haalt steun uit andere handvatten. Om hier achter te komen, gaat de behandelaar samen met het kind opzoek naar een antwoord op de vraag: ”Wat helpt mij?”

Om hier antwoord op te kunnen geven, is het belangrijk om eerst meer te weten over wat dyslexie is, waaraan je het merkt, wat de valkuilen zijn bij het lezen en spellen en te kijken naar andere mensen met dyslexie (wat zijn hun tips en trucs?). Psycho-educatie over deze onderwerpen helpt om dyslexie beter te begrijpen en te accepteren (Braams, 2019).

Oefenen, oefenen, oefenen. Dat is niet altijd leuk

Zodra kinderen een paar sessies verder zijn, hebben ze geleerd dat veel oefenen helpt om beter te worden in het lezen en spellen. Dat is niet altijd leuk, want lezen en spellen is juist dat wat deze kinderen lastig vinden. Toch is het heel belangrijk om het huiswerk maken vol te houden. Hierbij helpt psycho-educatie zowel het kind als de ouders als co-behandelaar. Want als je weet waarvoor je het doet, lukt het vaak beter om je in te zetten om het doel te bereiken. Een tool die we in de behandeling vaak gebruiken, is ‘de leerkuil’ (‘The Learning Pit’, James Nottingham, 2007).

De leerkuil en helpende gedachten

De leerkuil maakt het aangaan van een leerproces en de uitdagingen zichtbaar. Er zijn grofweg zes fases:

  1. je begint met volle moed (“I think I know the answer” = ik denk dat ik het antwoord weet);
  2. na een tijdje valt het toch een beetje tegen (“This is not as easy as I thought” = dit is niet zo makkelijk als ik dacht);
  3. je raakt in de war en/of gefrustreerd, hoe moet je verder? (“I’m confused” = ik ben in de war). Je bent onderin de leerkuil beland. Kies je ervoor om door te zetten of geef je op?
  4. als je besluit om door te zetten, welke aanpak en gedachten helpen je dan? (“I need to work hard at this” = ik moet hier hard aan werken);
  5. je klimt de leerkuil uit (“I think I’m getting it” = ik denk dat ik het begrijp/ik denk dat het lukt);
  6. het is gelukt, je bent door de leerkuil! (Eureka! I understand it now” = eureka! Ik begrijp/kan het nu). Dit is het moment om trots op jezelf te zijn en terug te kijken naar wat je heeft geholpen uit de kuil te komen.

We tekenen de leerkuil met het kind en maken zo zichtbaar wat helpt om uit de leerkuil te komen. Zodat hij of zij dit een volgende keer weer kan toepassen.

Kijk ook naar wat je al wel goed kan!

Tijdens het behandeltraject wordt er veel tijd besteed aan lezen en spellen. Sommige kinderen vinden de confrontatie met het feit dat het lezen en spellen zo lastig is heel vervelend. Daarom besteden we ook aandacht aan wat het kind wel goed kan. Een mooi voorbeeld hiervan is de sterke kanten poster hiernaast van Toon, 9 jaar.